Wetenswaardigheden over de Combrailles

CHOUETTE HULOTTE.

Waar komt de naam van de kleine reisorganisatie “Petite Chouette” vandaan?

Het woord Chouette heeft in het Frans een dubbele betekenis:

Om te beginnen is het een uitroep: “Leuk…aardig…fijn…”. Verder is het ook het woord voor een aantal uilensoorten.

De chouette hulotte is één van de uilensoorten die in de Combrailles voorkomt. Met enige regelmaat laat hij zich zien wanneer je nog buiten in de schemer een laatste glas nuttigt terwijl je de dag overdenkt.

Chouette hulotte, in het Nederlands staat het voor bosuil.

             De jongen

BOSUIL                    De bosuil heeft een grote ronde kop met zwarte ogen. Hij is 38 cm groot. Bosuilen kunnen zeer gevarieerd van kleur zijn. De kleur van de bovenzijde verloopt van kastanjebruin naar grijsachtig met donkere lengtevlekken en kleine donkere dwarsstreepjes. De onderzijde van de bosuil is overeenkomstig de bovenzijde maar lichter en met grote bruine lengtestrepen. Kenmerkend zijn de witte vlekken op de schouders.

Wie denkt dat alle uilen simpelweg "Oe" roepen, komt met name bij de Bosuil zeer bedrogen uit. Het mannetje komt met zijn roep nog het dichts bij het Oehoe. Luister naar beiden. 

Echte bosvogel.
De bosuil leeft in oudere bossen, parkbossen en halfopen landschappen met oude laanbomen. Hij is met zijn korte vleugels goed toegerust voor een leven tussen de bomen. Oude loofbossen of gemengde loofbossen met veel oude bomen waarin gebroed kan worden, hebben de voorkeur. Door een toenemende dichtheid van het aantal broedparen in de geschikte leefgebieden, wijken bosuilen steeds vaker uit naar naaldbos. Bij gebrek aan holten wordt daar in bestaande open nesten gebroed. In sommige gevallen heeft de bosuil zijn leefgebied verlegd naar de stad, dit is mogelijk zolang er in de stadsparken maar voldoende oude bomen zijn die hij als rust- en broedplaats kan gebruiken. Het bos in het jachtgebied moet een open bodembegroeiing hebben. Hier jaagt de bosuil 's-nachts op kleine tot middelgrote zoogdieren, vogels en kevers. De bosuil is een sprinter en jaagt tussen en onder de bomen. Ook laat hij zich vanaf een uitkijkpost plotseling op zijn prooi vallen. De bosuil wordt zoals veel soorten uilen, vaker gehoord dan gezien. In februari/maart beginnen bosuilen met het leggen van eieren. Een legsel bevat 2-4 witte ronde eieren (pingpong balletjes). Er wordt één legsel grootgebracht. Na een maand broeden komen de jongen uit. Zeventien weken later zijn de jonge uilen zelfstandig. Bosuilen zijn strikte standvogels, jonge bosuilen vestigen zich dan ook in de omgeving van de geboorteplaats. Uitgestrekte open gebieden worden door de bosuil niet overgestoken. Hierdoor kan het lang duren voordat geïsoleerd liggende geschikte vestigingsplaatsen worden bevolkt. De bosuil is - we vergeten even de oehoe - fysiek de sterkste uil. Dit kan plaatselijk ten kosten gaan van het voorkomen van de ransuil